Als dromen samenkomen

De blik op het gezicht van haar vader doet haar goed. Verbazing, bewondering. Trots. Het is een blik die haar doet groeien en haar nog zekerder van haar zaak maakt. Ze weet dat het de juiste beslissing is, ondanks dat ze nog niets van Zoë heeft gehoord. Zoë zal bijdraaien. Zoë draait altijd bij.

Ze ziet er zakelijk uit en het is hoe ze eruit wil zien. De zachte kleuren die ze normaal draagt heeft ze achterwege gelaten. Die passen niet in een zakelijke omgeving. Ze is niet zacht en geen lief vrouwtje. Ze wil hard zijn, zodat ze het beste krijgt. Het beste voor Valerie, omdat ze het verdient.

Naast haar vader loopt ze door het pand. Het is groot en de ruimte is opgedeeld in kleinere kamers die door middel van gemetselde bogen met elkaar verbonden zijn. Het is een oud pand en er moet veel aan gebeuren voor het zal voldoen aan de ideeën die Valerie in haar hoofd heeft. Een deel voor de winkel zoals de winkel van Zoë was en een deel voor hoe ze het zelf wil. Een winkel voor de moderne vrouw. Wat de moderne vrouw nodig heeft. Vrouwen zoals zij zelf. Geen nutteloze snuisterijen of tweedehands kleding. Dat deel is voor Zoë. Ze zal haar en iedereen laten zien dat haar ideeën zo gek niet zijn.
Haar vader praat met de makelaar. Ze hebben het over termen die ze niet kent en de staat van het pand, een bouwrapport, de te hoge prijs. Hij zal haar later bijpraten. Het is al van haar. Ze heeft al ja gezegd en haar vader staat garant. Ze wil het Raymond vertellen. Ze wil hem laten weten dat ze niet langer het vrouwtje is. Nog even en dan heeft ze haar eigen kantoor. Mooier en groter dan dat van hem, met een strakke, moderne indeling zoals ze kent uit de series waar ze naar kijkt, uit films, maar dan echt.
‘Je weet zeker dat Zoë het eens is? Ik zou het toch prettig vinden als ik haar zelf ook even kon spreken.’
‘Ze heeft het druk pap, de brand, je weet wel. Ze vindt het prima. Denk je dat ik hier zou zijn als ik het niet zeker wist?’
Hij kijkt haar aan zoals hij vroeger kon doen wanneer hij niet zeker wist of ze de waarheid sprak. Vroeger werd ze klein onder die blik. Nog kleiner dan ze zich soms al voelde. Ze legt haar hand op zijn arm.
‘Ik weet het zeker pap.’
Pappa’s kleine meid. Zoals Eduard haar moeders kleine jongen was en nog steeds is. Ook haar moeder zal haar bewonderen. Omdat ze laat zien wat ze kan en wat ze waard is. De zakenvrouw die ze altijd wilde zijn.

Raymond lacht schamper als hij naar haar luistert.
‘Ik heb altijd een zakenvrouw willen zijn.’
Hij vindt het niet leuk dat ze hem niet in haar plannen heeft betrokken. De financiele input van haar vader en het geld uit haar fonds, het is ruim voldoende. Ze heeft het bekokstooft zonder hem er ook maar iets van te vertellen en dat zint hem niets.
‘Ik heb lang genoeg thuis gezeten Raymond, ik kan veel meer.’
‘Je zit thuis omdat je thuis wil zitten. Die obsessie voor de zelfstandige vrouw, je bent een zelfstandige vrouw, je bent alleen altijd te lui geweest om zelf ergens je schouders onder te zetten.’
‘Dat is niet waar!’

Het is wel waar. Toen hij haar leerde kennen was ze verwend door haar vader en gewend aan luxe. Zelf heeft hij er ook aan meegewerkt. Hij gaf haar alles wat haar hartje begeerde en ze vond het prima dat ze weinig voor hoefde te doen. Het prachtige beeld dat ze nu schetst is onrealistisch omdat ze niet weet hoe het is.
‘Een dagje helpen in de winkel is iets heel anders dan zelf een winkel runnen Val.’
‘Dat weet ik ook wel. Ik ben niet achterlijk.’
‘En je moet nog maar zien of je Zoë meekrijgt, anders zit je met een oud pand, zonder waarde.’
‘Zoë zal het geweldig vinden en desnoods verkoop ik het weer.’
‘Dat heb je ook tegen je vader gezegd?’
‘Dat hoeft niet. Zoë zal het geweldig vinden.’

Ze hoort zelf dat haar woorden al minder zeker klinken. Zoë reageert amper op de berichten die ze haar stuurt en als ze reageert dan zijn het nietszeggende teksten.
Ze is nooit thuis en Valerie weet dat ze bij die man is. Ze weet niet waar hij woont. Zoë heeft het haar nooit verteld. Zoë vertelt haar niets meer, al heel lang niet. Dat zal veranderen als Valerie haar het nieuws vertelt. Zoë kan opnieuw beginnen, beter en mooier dan ze het ooit heeft gehad. Ze zal haar dankbaar zijn.
‘Het is een verrassing. De winkel is alles voor haar.’
‘Dat laat ze dan op een vreemde manier blijken.’
‘Jezus Raymond. Je kan me op zijn minst een beetje steunen.’
‘Als dit wat wordt Valerie, dan krijg je alle steun die je nodig hebt, maar ik wil het eerst zien voor ik het geloof.’
Zelf gelooft ze het ook nog niet. Niet helemaal. Zolang Zoë niet reageert zal het bij dromen blijven. Ze heeft Zoë nodig.
‘Meen je dat? Je zou me steunen?’
‘Natuurlijk zal ik je steunen. Twijfel je daaraan?’
Valerie haalt haar schouders op. Ze heeft hem nodig, maar ze wil hem laten denken dat het niet zo is. Ze kan succesvol zijn zonder de steun van Raymond,
‘Een beetje, je zegt soms dingen. Dat stomme voornemen van je en zoals je laatst was, met Wouter en Louisa.’
Ze hebben het er niet meer over gehad. Raymond leek het inderdaad vergeten en Valerie had geen behoefte het gevoel van schaamte weer op te roepen. Nu ze het noemt, krijgt hij een kleur en weet ze dat hij het niet vergeten is.
‘Ik was dronken Val.’
‘Dat is geen excuus.’
‘Misschien niet, maar ik kan de dingen die ik heb gezegd niet terugdraaien. Ik heb mijn excuses ook al aan Wouter aangeboden.’
‘Wel aan Wouter.’
‘Het spijt me Val. De dingen die ik zei, ik meende ze niet.’
‘Je meende ze wel, anders zou je ze niet zeggen…’
‘Niet echt, het was grootspraak. Door die dag en zoals jij in het kantoor kwam, omdat ik dat van je vroeg. Omdat je deed wat ik vroeg. Toen ik Wouter zag, met Louisa en hoe Louisa aan hem hing. Ik wilde dat hij wist dat ik het beter had. Jij, mijn promotie. Je hebt geen idee wat voor een gevoel dat geeft.’
‘Dat wil ik wel weten. Ik wil hetzelfde, niet alleen maar jouw vrouw zijn, of de moeder van Femke en Milan. Ik wil voelen dat mensen naar me opkijken. Ik zou jou willen bellen en vragen of jij naar me toe komt voor een vluggertje in mijn kantoor. Spannend, omdat ik de baas ben en omdat het kan. Ik wil  niet jouw vrouwtje zijn. Ik ben veel meer dan dat.’
Hij kijkt haar aan met opgewonden nieuwsgierigheid. ‘Zou je dat doen?’
‘Misschien.’
‘Maar je vindt het een stom voornemen.’
‘Omdat je mij er niet in betrekt. Je zegt het en je verwacht dat ik er in mee ga. Maar daar gaat het ook niet om! Ik ben veel meer dan het vrouwtje dat jouw overhemden strijkt en  jij op kunt laten draven omdat jij dat geil vindt.’
Raymond knikt, pakt zijn autosleutels.
‘Laat maar zien. Laat het pand maar zien en vertel wat je van plan bent. Als je wilt dat ik jou betrek in mijn verlangens, dan wordt het tijd dat jij mij betrekt in dat wat jou echt bezig houdt.’
‘Maar de kinderen.’
‘Milan is nog wakker. Hij is bijna twaalf. Ik zeg hem dat we even weg zijn. Hij weet hoe hij ons moet bellen.’
Ze wil de kinderen niet alleen laten. Ze heeft ze nog nooit alleen gelaten. Ze hebben haar nodig. Als Femke wakker wordt en merkt dat zij er niet is …
Raymond komt weer naar beneden. Rond zijn mond speelt en lach en hij kijkt trots.
‘Hij past op Femke en op het huis. Ze zijn allebei geen kleuters meer Val. Kom, laat dat pand van je maar eens zien en vertel me wat je plannen zijn.’

Plotseling wordt het een echt plan, niet alleen maar in haar hoofd. Ze vertelt hem wat ze wil en hoe ze het wil. Hoe ze Zoë daarbij nodig heeft. Hoe ze hem ook nodig heeft. Raymond pakt haar hand,
‘Je hebt Zoë niet nodig Val. Je hebt mij nodig. Samen kunnen we al jouw dromen uit laten komen. Jouw dromen en die van mij.’

Show Buttons
Hide Buttons