De waan van de dag.

Zoe is blij dat Vleer er is om te helpen en blij dat haar nieuwe aanwinsten vandaag al een mooi plekje in de winkel krijgen. Een krat vol ouderwets, Engels serviesgoed, bijna helemaal compleet. Een la met zilveren bestek, helemaal compleet. Tot een taartschep toe. Vier vuilniszakken met kleding. Ze is er het hele weekend druk mee geweest. Wassen, verstellen, knopen aanzetten. Nu is ze dolgelukkig. De donkerrode A-lijn jurk, houdt ze even apart. Ze vindt hem mooi.
Eigenlijk draagt ze nooit jurken. Een jeans of wijde harembroek vindt ze prettiger. Voor haar afspraken met Norman is ze af een toe een jurk gaan dragen. Het gaf haar een ander gevoel. Ze weet niet zeker of nog wel jurken wil dragen. Het gevoel past niet bij alledaags.
Vleer roept haar. ’Zal ik het allemaal bij elkaar zetten Zoë, of liever verspreidt?’
‘Doe maar wat jou leuk lijkt, ik ben allang blij dat je wilt helpen?’
Zoë lacht naar de vrouw die ze zojuist twee kandelaars heeft verkocht en stopt een kaartje van de winkel in het tasje.
‘Bedankt, en tot ziens.’
Ze gaat verder met het aankleden van haar twee paspoppen. Eigenlijk zou ze er meer moeten hebben. Ze wil niet elke week dezelfde outfit om de pop hangen, maar er gaat veel tijd in zitten. Zeker als er klanten komen die de outfit willen passen. Een aantal poppen, verspreidt door de winkel. Het is jammer dat die poppen zo duur zijn.
Zoë gaat weer op in haar werk. Ze hangt haar nieuwe aanwinsten in de rekken, schiet er prijskaartjes aan. Tussendoor helpt ze klanten. Ze zou ook meer promotie moeten maken, meer klanten naar haar winkel trekken. De huur van het pand is hoog. Ze redt het, komt elke maand precies uit en kan al haar rekeningen betalen, maar wat meer armslag zou prettig zijn.
‘Zal ik lunch maken, en thee zetten?’
Zoë knikt, kijkt naar de vitrinekast waar Vleer het servies heeft neergezet. Het nodigt uit om te kopen, in zijn geheel. Niet alleen maar de theepot, of het melkkannetje. Als mensen het nu zien staan, dan willen ze het helemaal hebben. Ze kan er een aardig bedrag voor vragen, vele malen hoger dan ze er voor betaald heeft.

Nog meer klanten. Een groepje jonge, giechelende meiden. Ze passen hoedjes en kijken in de spiegel.
Meestal kopen dit soort meiden niets. Het is gewoon even lollig, met elkaar. Zoë herkent het. Vleer en zij konden precies hetzelfde doen. Nog steeds wel. Geduldig haalt ze het jasje weer van de paspop, geeft het één van de meisjes om te passen.
Misschien kopen ze nu niets, maar misschien komen ze later terug. Omdat ze weten dat Zoë tijd voor ze neemt en ze niet wegstuurt omdat ze niets kopen.
Vleer roept van achteren. ‘Telefoon!’
‘Wil jij het even afhandelen, of anders vragen of ze terugbellen?’
Het meisje vindt het jasje te duur, ze klinkt teleurgesteld. Zoë hangt het weer terug. Laat haar een ander, goedkoper, jasje zien. Het lijkt er op.
‘Sorry Zoë, het schijnt dringend te zijn. Zal ik het even overnemen?’
Wat kan er dringend zijn? Anders dan iemand die wil weten of ze geïnteresseerd is om naar wat spullen te komen kijken kan het niet zijn. Misschien een klant die iets specifieks zoekt… een bijzonder kastje… een aparte rok…
‘Wie is het…?’
Vleer lacht. ‘Niet goed verstaan… sorry.’
Ze pakt de telefoon van haar over. ‘Zoë Silva, wat kan ik voor u doen?’
‘Dag Zoë. Hoe gaat het met je?’
Zoë valt stil. Ze herkent de rustige stem meteen en ze had niet meer verwacht dat hij nog contact met haar op zou nemen. Ze was er van uit gegaan dat het inderdaad een hoop grootspraak was geweest. Misschien zelfs wel de waan van het moment. Ze stamelt een beetje.
‘Het gaat goed… dank je.’
‘En met je vriend?’
‘Hij is mijn vriend niet.’
‘Hoe gaat het met de man die je vriend niet is?’
‘Geen idee…’
‘Je hebt hem niet meer gezien?’
Weer valt Zoë stil. Ze heeft Norman wel gezien, nog één keer, maar ze vindt niet dat het Minggus wat aan gaat.
‘Hij kwam naar de winkel…’
‘En?’
‘Ik heb gezegd dat ik hem niet meer wil zien.’
‘En?’
‘Ik heb hem niet meer gezien.’
‘Wil je mij nog een keer zien?’
‘Ja.’
‘Waarom?’
‘Dat weet ik niet.’
Ze hoort hem zacht lachen en voelt zich een idioot. Ze weet het echt niet waarom, maar ze wil hem graag weer zien. Hij is veel in haar gedachten. Ook daarvan weet ze niet waarom.
‘We zullen wat afspreken. Ik neem contact met je op. Fijne dag verder Zoë.’
Voor ze nog iets kan zeggen heeft hij opgehangen. Met de telefoon in haar hand draait ze zich om. Vleer staat met haar armen over elkaar tegen het kleine aanrecht geleund.
‘Ik dacht dat je geen contact meer met Norman had?’
‘Heb ik ook niet.’
‘Wie was dat dan?’
‘Gewoon, iemand…’
‘Een date… weer zo’n date…?’ Vleer fronst haar wenkbrauwen. ‘Ik dacht dat je…’
‘Niet zo’n date Vleer, gewoon iemand. Je hoeft je geen zorgen te maken oké…’
‘Zeker weten…?’

Zoë knikt. Ze weet het heel zeker.
Ze heeft geen flauw idee wie Minggus is, maar ze weet zeker dat hij niet zoals Norman is.
Ze heeft ook geen flauw idee waarom ze hem weer wil zien en waarom de gedachte daaraan haar toch een beetje nerveus maakt.

Show Buttons
Hide Buttons