Alles en altijd

Na een onrustige nacht volgt een onrustige ochtend. Er komt geen antwoord op het bericht dat ze hem stuurt om hem te vertellen dat ze wakker is. Geen bericht dat de plug uit mag.

Zoë eet en haar gedachten zijn bij het ontbijt in het hotel.
Wat eet hij nu? Waar is hij nu? Wat doet hij? Is hij aan het werk of gewoon thuis, bij Janaila.
Janaila zal thuis zijn. De scholen hebben vakantie. Vleer vertelde het haar. Ook dat Femke en Milan hun best doen om te helpen in de winkel. Die gedachte maakt Zoë nog onrustiger. Ze gaat morgen gewoon zelf. Het is niet nodig dat Vleer nog langer haar winkel draaiende houdt. Niet meer.
Ze wil haar bellen om te zeggen dat ze weer thuis is. Ze doet het niet.

‘Je blijft thuis.’

Zijn woorden dansen als een echo in haar hoofd
Het is alles wat er nog is, de afdruk van zijn aanwezigheid. In haar hoofd en in haar lichaam.
Ze wil dat ding uit en ze wil naar buiten.
Ze bezoekt de de web site die Minggus voor haar gemaakt heeft. Ze bekijkt de foto’s en de korte tekst die hij er neer gezet heeft. Ze zal hem vragen of ze die fotografe mag bellen.
Haast automatisch maakt ze wat aantekeningen van wat ze denkt dat er nog meer op de site zou kunnen. Ze vraagt zich af of hij dat voor haar gaat doen.
In de tuin rookt ze een sigaret. Door het raam van het schuurtje ziet ze het kleine buikkastje waar ze vorige week aan is begonnen.
Met een zucht gooit ze haar sigaret in de vuilnisbak. Ze heeft geen zin om verder te gaan. Het kastje loopt niet weg.
Nog steeds heeft ze het koud en ze neemt een douche om warm te worden. Het helpt maar even. Net als de warme kop thee die ze drinkt. Ze bedenkt dat ze kan gaan sporten, maar Minggus wil dat ze thuisblijft.
Haar telefoon blijft stil en de tijd kruipt. Is hij haar vergeten? Haar en de opdracht die hij haar heeft gegeven. Waarom wil hij dat ze thuis blijft?
Een paar keer maakt ze aanstalten hem een berichtje te sturen, elke keer wist ze de berichten zonder ze te verzenden. Ze zeggen niets. Het is enkel een kinderachtig verlangen bij hem te zijn.

Ze probeert te lezen en leest zonder dat ze de woorden opneemt. Met een zucht legt ze het boek aan de kant. Ze bezoekt zijn web-site. De bondage-studio … slavinnen-posities … Ze probeert er een paar uit en voelt zich een idioot als ze zichzelf in de spiegel ziet. Ziet hij dat ook? De positie die hij haar liet aannemen, op het hotelbed. Open en beschikbaar. Alles zichtbaar en tentoongesteld zoals ze zich nooit eerder heeft laten zien, aan niemand.

Hij heeft dat gezien en ze deed het voor hem. Omdat hij het wilde, omdat zij het wilde. Omdat ze wilde dat hij haar zou nemen.
De warmte die onverwacht over haar heen spoelt, heeft niets met schaamte te maken.
Plotseling is ze boos. Hij zegt dat ze van hem is. Hij had haar kunnen nemen, maar hij wil haar niet. Zij wil Minggus wel, maar wat zij wil is niet belangrijk. Waarom zou dat wat hij wil dan wel belangrijk zijn? Hij trekt haar over een achtbaan van gevoelens en ervaringen die ze nog nooit eerder heeft meegemaakt en laat haar achter, met alles wat ze voelt. Hij laat haar alleen met een leegte waar ze geen weg mee weet en gaat terug naar Janaila, zijn echte slavin.
Hij wil dat ze thuisblijft en dat ze die plug in houdt tot hij haar zegt dat ze hem eruit mag halen?

Ze heeft een baan, een vriendin, klanten en die plug irriteert haar mateloos. Hij heeft helemaal niets over haar te zeggen.
Ze loopt heen en weer, de tuin in, weer naar binnen. Ze maakt aanstalten om de plug eruit te halen, maar hoort weer zijn woorden. Ze gaan repeterend door haar hoofd.
‘Ik laat je weten wanneer hij eruit mag.’
Wanneer dan?
Ze trekt haar jas aan en opent de deur. Alleen een stukje lopen, misschien even langs Vleer en de winkel.

Minggus komt aanlopen als Zoë naar buiten komt. Hij versnelt zijn pas zodat hij bij haar is voor ze het korte pad bij haar voordeur af is.
‘Waar ga je naar toe Zoë?’
Ze schrikt, maar het is maar kort. Verder ziet hij vooral onzekere boosheid. Ze kijkt hem aan en trekt haar arm los als hij haar vastpakt.
‘Weg. Jij bent er toch niet.’
‘Ik ben er nu, waar ga je naar toe?’
‘Naar de winkel. Jij gaat toch weer weg.’
Weer pakt hij haar bij haar arm, leidt haar terug naar de deur.
‘Dat klopt. Ik ga altijd weer weg en ik kom ook altijd weer terug. Ik heb je gezegd dat je thuis moest blijven. Kom, geef je sleutels.’
Hij pakt de sleutelbos uit haar hand en opent de voordeur. Zoë blijft staan.
‘Je had er moeten zijn.’
Ze hoort zelf hoe klein haar stem klinkt, maar het kan haar niet schelen. Hij had er moeten zijn. Hij had haar moeten laten weten dat hij haar niet vergeten is. Dat ze nog steeds is wie ze is.
‘En jij zou thuis blijven.’
‘Ik ben toch thuis?’
‘Als ik vijf minuten later was gekomen, was je niet thuis geweest. Naar binnen Zoë.’
Ze schudt haar hoofd. ‘Niet als je meteen weer weg gaat.’
‘Ik ga weg wanneer ik dat wil. Ik zeg het nog een keer, naar binnen.’
Zoë kijkt hem niet aan als ze langs hem naar binnen loopt en met korte bewegingen haar jas weer uit trekt. Hij sluit de deur en steekt haar sleutels in het slot. Ze kijkt hem aan, steekt haar kin naar voren.
‘Nou, ik ben binnen. Dus je kunt wel weer gaan.’
‘Niet zo brutaal Zoë.’
‘Waarom niet? Ga je me straffen? Hoe dan? Je hebt de box niet bij je. Het kan je niets schelen en je gaat toch weer weg. Ik kan doen wat ik wil.’
‘Is dat wat je wilt?’
Haar ogen schieten weg en ze doet haar armen over elkaar. Hij maakt ze los.
‘Is dat wat je wilt Zoë?’
Ze schudt haar hoofd.
‘Wat wil je dan?’
‘Dat weet ik niet. Je had er moeten zijn. Ik heb je nodig. Altijd, maar nu helemaal.’
‘Waarom nu helemaal?’
Ze kan het niet uitleggen, ze begrijpt het zelf niet eens.
‘Je zegt dat je nooit bij me weg zult gaan en toch is dat wat je doet. Je gaat weg en je laat me alleen. Het voelt alsof ik er niet toe doe. Alsof dat wat ik voel, wat ik door jou voel, niet belangrijk is.’

Minggus ziet de emoties op haar gezicht en luistert naar haar bewogen woorden. Ze is het al. Het zit in haar, maar ze begrijpt het niet. Nog niet. Hij ziet dat ze er tegen vecht. Ze durft zich niet over te geven aan het gevoel van afhankelijk en klein zijn. Niet helemaal. Als hij bij haar is en naast haar staat, dan wel. Zoë moet nog leren hoe ze zich er aan over kan geven als hij niet bij haar in de buurt is.
Hij legt zijn hand op haar hoofd en duwt haar zacht in de positie die hij van haar verlangt.
‘Je vraagt je af waarom ik je die opdrachten geef. Een plug die je in moet houden, mijn verlangen dat je thuis blijft, op het oog nutteloze opdrachten. Ik heb het je eerder uitgelegd en ik zie dat je het nog steeds niet begrijpt.’
Zoë schudt haar hoofd. Ze begrijpt het wel, maar het werkt niet als hij niet bij haar is. Niet op die manier.
‘Ik wil het niet zo.’
‘Ik heb je ook uitgelegd dat je het er niet mee eens hoeft te zijn. De opdrachten die ik je geef, voer je uit. Omdat je weet dat het is wat ik wil. Je snapt het nut misschien niet, maar je weet dat je het doet om mij te dienen. Jouw onderdanigheid, naast mijn macht.’
De woorden komen terug. Het zijn woorden die hij eerder heeft gezegd. Hij heeft het haar eerder uitgelegd en ze was ze vergeten.
‘Wat als ik dat niet wil?’
‘Dan stopt het tussen jou en mij.’
Het zijn stellige woorden en ze doen haar pijn.
‘Dat wil ik niet.’
Minggus duwt haar kin omhoog.
‘Dat weet je zeker?’
‘Ja.’
‘Ja wat?’
‘Ja Minggus.’
‘Je weet waar je ja tegen zegt?’
Zoë weet het niet, niet helemaal. Ze weet alleen dat ze niet wil dat het stopt. Ze wil niet dat hij uit haar leven verdwijnt.
‘Nee, maar ik wil het leren begrijpen, zodat ik het wel weet.’
Minggus knikt, pakt haar handen en helpt haar omhoog. Zijn mond is bij haar oor. Hij fluistert.
‘Ook als het moeilijk wordt Zoë, nog moeilijker dan de afgelopen uren.’
Het is geen vraag. Hij wil dat ze het weet. Hij zal haar vaker alleen laten en ze moet weten dat hij altijd terug komt.
‘En als ik je nodig heb?’
‘Ik ben er altijd, ook als ik er niet ben. Ik verwacht hetzelfde van jou. Alles en altijd, ook als je het niet meteen begrijpt. Denk je dat je dat kan?’
‘Ik wil het.’
‘Ik weet dat je het wilt Zoë.’
‘Ik kan het.’
‘Wat kan je?’
Gedachten en beelden tuimelen door haar hoofd. Beelden van wat hij haar heeft laten ervaren en met haar heeft gedaan. Het gevoel van kou en eenzaamheid en nu de warmte en het gevoel weer compleet te zijn. Haar plek is bij Minggus. Waar hij haar wil en hoe hij haar wil. Ze kijkt hem aan.

‘Ik ben van jou. Alles en altijd.’

Show Buttons
Hide Buttons