Toestemming

De stilte is veranderd, haar gedachten zijn hetzelfde, maar voelen anders. De echo van zijn lach en zijn woorden hangen om haar heen. Altijd spannend. Met straks een nieuwe ervaring die ze kan bijschrijven in haar momenten met Minggus. Momenten die ooit voorbij zullen zijn omdat er dan een ander zal zijn. Zoë kan zich niet voorstellen dat er ooit een ander zal zijn. Met een ander zal het nooit hetzelfde zijn.
‘Wat als mijn Meester iemand als Norman is?’
‘Denk je dat ik je dan zal laten gaan?’
‘Maar wat als je het niet weet?’
‘Ik zal het weten en jij ook.’
‘Mag ik weer terugkomen als mijn Meester het toch niet is?’
‘Nee.’
‘Niet? Maar wat als ik een verkeerde keuze maak?’
‘Je zult de juiste keuze maken Zoë en je zal weten dat je de juiste keuze hebt gemaakt. Je zal niet terug willen komen.’
‘Maar wat …’
‘Stil nu Zoë. We kunnen het er later over hebben. Dit is niet het moment. Nu ben je van mij.’

Minggus remt af en stuurt de auto met een scherpe bocht een hobbelig terrein op,. Het is een lege parkeerplaats van betonnen platen. Een metalen hek gaat open als Minggus een kleine afstandsbediening uit het dashboardkastje haalt. Zoë kijkt achterom en ziet dat het hek geluidloos achter hen dicht gaat.’
Ze kijkt hem aan. Iets in de toon van zijn stem is veranderd, iets in zijn ogen ook. Het maakt haar nerveus en ze kijkt om zich heen.
‘Waar zijn we hier?’
Hij geeft geen antwoord en stuurt de auto verder het verlaten terrein op. Het hek verdwijnt achter dichte struiken en voor hen verschijnt een groot gebouw van rode bakstenen. Minggus parkeert de auto voor een brede schuifdeur en gebaart dat ze uit moet stappen.
‘Waar zijn we Minggus?’
‘Het maakt niet uit waar we zijn Cara. Wat we hier gaan doen is veel belangrijker.’
‘Wat gaan we hier doen?’
‘Dat zul je snel merken.’
Hij wacht tot ze uitstapt. Ze wacht tot hij bij haar komt en haar met haar buik tegen de auto zet. Zijn handen inspecteren haar en verdwijnen in haar intieme opening. Ze voelt dat ze al vochtig is.
‘Doe je jurk uit, die heb je niet nodig.’
Zoë vraagt niets, knoopt de omslag los en trekt de jurk uit. Meteen reageert haar huid op de kille buitenlucht. Minggus pakt de jurk uit haar handen.
‘Hoe voelt het korset?’
‘Strak, maar ik begin er aan te wennen.’
‘Goed zo.’
Hij neemt de metalen box uit de kofferbak. Ze vraagt zich af of er weer onbekende attributen in zitten.
‘Kom.’

Ze loopt achter hem aan, naar een smalle deur in de zijkant van het gebouw. Minggus zet de box op de grond en opent de deur met een sleutel van een grote bos, hij laat haar voor zich uit naar binnen lopen. De deur draait hij achter zich op slot.
Binnen is het schemerig. Door de stoffige ramen schijnt bleek maanlicht.
‘Het is te donker. Je hebt meer licht nodig.’
‘Niet praten Zoë, maak je hoofd leeg.’
Dicht loopt ze achter hem, ze voelt zijn warmte op haar naakte huid en zand en stof kraakt onder haar schoenen. Ze gaan verder het gebouw is, daar is nog minder licht. Haar ogen hebben tijd nodig om aan de schemer te wennen en om contouren te onderscheiden.
De ruimte waar hij de box op de grond zet, heeft grote ramen, waar het glas uit is verdwenen. Zoë ziet met moeite een galerij. houten kratten staan op en naast elkaar en er liggen grote bergen met stenen in verschillende vormen. Ze voelt de wind naar de binnen komen. De frisse buitenlucht verjaagt de muffe geur die in het gebouw hangt. De lucht is zwanger van regen. Ze kan het water in de wolken ruiken.
‘Waar zijn we?’
‘Stil Zoë en knielen.’
Ze knielt en voelt het zand onder haar knieën. Haar kousen zijn van kwetsbaar materiaal en ze is bang dat de stof zal scheuren. Ze hoort de deksel van de box en voelt zijn handen. De blinddoek gaat om. Het wordt helemaal donker en ze voelt en ruikt alles nog sterker. Minggus trekt haar even tegen zich aan. Zijn shirt is zacht, zijn huid warm en ze ruikt zijn kruidige geur. Haar lichaam en haar hoofd reageren er op.
Voorzichtig helpt hij haar overeind. Zijn stem is warm, tegelijk hoort ze een ondertoon die haar doet rillen. Niet boos, iets anders. Er is geen ruimte voor vragen of haar eigen woorden. Geen enkele ruimte voor weigering. De toon vertelt haar dat ze moet doen wat hij zegt.
Hij pakt haar hand en laat haar een paar stappen lopen.
‘Voorzichtig nu, je linkerbeen, een stap omhoog.’
Ze stapt en volgt. Het is een trap met hoge treden. Twee grote stappen en hij laat haar met gespreide benen knielen. Hij doet haar de polsboeien om en ze hoort het geluid van rollend metaal.
‘Niet schrikken.’
Haar armen worden omhooggetrokken, over haar hoofd en naar achteren. Haar rug trekt hol en haar borsten steken vooruit. Kwetsbaar en open. Ze wil haar benen verschuiven om de rek te laten vieren.
‘Blijven zitten Zoë.’
Hij bevestigd de enkelboeien rond haar enkels en bindt een stuk touw rond haar benen. Ze probeert te bewegen en wordt lichter in haar hoofd als ze merkt dat het niet gaat. Ze is overgeleverd aan dat wat hij met haar wil doen.

Ze is van hem. Het gesprek dat ze hadden over haar toekomstige Meester. Gedachten aan een ander die haar zal beroeren en haar zal laten ervaren wat ze wil ervaren. Andere ogen en handen bij dat wat van hem is. Ze is zijn bezit. Minggus weet dat het anders zou kunnen zijn als hij haar eerder had ontmoet, nog voor Janaila. Misschien waren de rollen dan anders verdeeld. Zoë zijn slavin en Janaila zijn leerling. Er zitten donkere wolken in zijn hoofd. Hij wil niet dat het anders is, maar Zoë is nu nog van hem. Hij mag met haar doen wat hij wil. Zij geeft hem toestemming te doen wat hij wil. Er is geen ruimte voor anderen. Minggus deelt zijn bezit niet.
Hij inspecteert al haar openingen. Haar mond, haar kutje en ook de strakke ingang van haar kontje. Ze is warm en vochtig. Haar ademhaling verandert, ook wanneer hij van een afstand naar haar kijkt en ze niet weet wat hij doet of wat hij gaat doen. In zijn hand liggen de metalen klemmetjes. Ze kent ze nog niet, maar hij zal ze aan haar voorstellen. Ze kreunt als hij aan het touw trekt. Haar rug komt nog holler te staan en haar borsten steken nog verder naar voren. Ze smeekt hijgend. Hij begint een beetje te zweven als hij de klemmetjes op haar harde tepels zet en de tandjes zich scherp in haar huid vastbijten. Haar buik reageert als hij aan de dunne ketting trekt. Haar tepels komen achter de klemmetjes aan. Ze kunnen niet anders. Zoë jammert. Het is een felle pijn die maar langzaam zal doven. Ze schreeuwt als hij het uiteinde van de rijzweep op haar vulva laat landen en nog een keer. Nog een keer.
Kreten, gehijg en gekreun afgewisseld door haar zachte zuchten. Hij geeft korte, maar harde rukjes aan de kleine ketting. Haar tepels worden langer en weer kort. Als hij zijn vingers in haar stopt voelt hij ook daar haar spieren reageren en zijn vingers volgen het ritme. Hij negeert haar smekende gejammer en haar tranen.
Ze is van hem.  Ze geeft hem toestemming met haar te doen wat hij wil. Ze wil van hem zijn, niet van een ander. Alleen van hem.

Show Buttons
Hide Buttons