Surrogaat

De deur valt achter hem dicht en Janaila duwt haar hete tranen terug. Haar lichaam laat haar in de steek en belet haar te zijn wie ze is. Het gif stroomt door haar aderen om haar beter te maken, maar eerst wordt ze zieker. Ze kan niet meer op haar lichaam vertrouwen.

Minggus zorgt voor haar zoals hij lang geleden heeft beloofd. Hij laat Zoë voor haar zorgen als hij er niet is. Hij laat Zoë alleen om voor haar te zorgen.
De pijn is weg, alleen de operatiewond klopt nog een beetje. Het is een helderrode streep over haar buik. Ze smeer er zalf op. Haar lichaam zal weer mooi worden. Voor hem.

De geur van citrus waait in haar neus en haar maag draait. Naast het bed liggen stukjes sinaasappel op een bord. Minggus bleef naast haar zitten tot ze het glas water leeg had. Ze nam kleine slokjes, ze wordt al misselijk van water, maar ze hield het binnen. Omdat Minggus dat wil. Het duurde lang voor het glas leeg was. Ze weet dat Zoë beneden op hem wacht. Janaila wil dat hij Zoë gebruikt, zoals hij haar kan gebruiken. Omdat het nu niet kan. Ze kent zijn verlangen, maar ze weet dat hij het niet zal doen. Hij heeft het beloofd. Haar en zichzelf. En Zoë. Alles, maar niet dat.
Hij vertelt dat hij Zoë laat kruipen tot ze het doet zoals hij het wil en zoals Janaila het doet.
‘Jij bent haar voorbeeld. Zoë weet dat. Ze is lomp en ongeduldig. Het zal een lange sessie worden. Denk je dat je vanavond bij me wilt slapen?’
Janaila wil elke avond bij hem slapen, maar vlak na een behandeling …? Het duurt een aantal uur voor haar lichaam het door heeft en antwoord geeft op de chemo die erdoor wordt gepompt. Janaila voelt het meteen. De plek waar de naald in haar huid gaat, begint te branden zodra de vloeistof door het slangetje loopt. Ze weet wat het in haar lichaam doet. Het maakt alle achtergebleven cellen kapot. Het maakt ook de goede cellen kapot en het is vooral dat wat ze voelt. Het zou minder erg zijn als alleen het slechte werd vernietigd.
Als de chemo begint te werken wil ze naar haar eigen kamer. Minggus heeft zijn rust nodig. Hij zorgt voor haar en voor Zoë en zijn werk is er ook nog. Hij heeft genoeg aan zijn hoofd en ze zou hem wakker houden met haar verhitte gedraai.
‘Vanavond niet… morgen misschien. Een paar dagen, net als de vorige keer.’
En de volgende keer. Haar lichaam knapt maar langzaam en als ze zich goed voelt, is het tijd voor de volgende kuur. Nog twaalf te gaan.
‘Ga naar Zoë Meester. Ze heeft U nodig.’
‘Jij hebt me harder nodig.’
‘Ik ga slapen, dat heb ik nu nodig.’
Hij geeft haar een zoen op haar voorhoofd.
‘Eet je fruit Saya. Ook dat heb je nodig.’

Nu is hij naar Zoë en Janaila volgt hem met gesloten ogen door het huis. Door de smalle deur in de keuken en langs de betonnen treden erachter. Zoë wacht op hem. Het zal een lange sessie worden. Eerst kruipen. Daarna meer. Janaila wil dat hij het doet. Ze heeft het hem gevraagd, gisteren, in het ziekenhuis, toen Minggus zei dat hij erover denkt Zoë los te laten.
‘Mijn tijd is voor jou Saya.’
Ze wist het uit zijn hoofd te praten. Zoë is nog niet klaar. Ze weet nog niet alles en ze moet nog veel meer leren voor ze een slavin zal zijn.
‘Laat het haar voelen Meester. Als U haar nu laat gaan … Die vorige man … Ze moet weten wat het is, zodat ze een juiste keuze kan maken.’
Minggus wil iemand voor haar zoeken, een Meester, zodat hij weet dat haar training een vervolg zal hebben. Op de juiste manier.
‘U heeft het haar belooft. De leerling kiest haar leraar. De slavin kiest haar Meester. Niet andersom. De leraar mag haar volgende leraar niet kiezen.’
‘Ik mag geen beslag op haar tijd blijven leggen.’
‘U mag haar ook niet loslaten. Niet zomaar en niet nu.’
Janaila weet dat hij Zoë niet los zal laten. Nog niet. Het mag nog niet. Als zij niet beter wordt … Als de behandeling niet aanslaat. Zoë zal een goede opvolgster zijn. Maar ze heeft nog veel te leren.

Zoë zit waar hij haar achterliet met de woorden dat hij bij Janaila ging kijken.
‘Je wacht. Hoe lang het ook duurt. In positie.’
Duidelijke regels en meer discipline. Sneller. Ze moet leren wat ze weten moet en wat ze weten wil. Hij deelt de zorg voor Janaila met haar, maar hij wil die niet met haar delen. Janaila is zijn verantwoordelijkheid. In goede én slechte tijden. Hij weet waar Janaila aan denkt. Hij staat haar niet toe de gedachten uit te spreken, maar hij weet dat ze er aan denkt.
Wat als zij er niet meer is … Hij staat zichzelf de gedachten ook niet toe.
Niemand kan de plek van Janaila innemen. Ook Zoë niet, zelfs Zoë niet. Ze is wat hij toen in haar zag, nog niet in volle bloei, maar ze is het. Het zal tijd kosten voor ze tot volle bloei komt en hij heeft geen tijd meer. Janaila heeft hem harder nodig.
‘Nog een keer Zoë en beter nu.’
Ze maakt nog steeds grote bewegingen. Lomp en bijna mannelijk. Hij legt de rijzweep tegen haar schouder.
‘Terug en opnieuw.’
Hij telt hardop en geeft haar het ritme dat ze aan moet houden.
Haar linkerhand, gevolgd door haar rechterknie. Rechts gevolgd door links. Snel maar rustig. Sierlijk, zoals Janaila het doet. Zoals Zoë niet doet.
Weer de rijzweep op haar schouder.
‘Opnieuw Zoë.’
Haar zucht levert haar een tik met de zweep op. Janaila zucht nooit. Ook niet tijdens haar training.
‘Beweeg vanuit je heupen, alsof je loopt en neem je schouders mee. Word je bewust van je sensualiteit. Je weet hoe ik het wil zien.’
Hij laat haar de zweep volgen. Tikt om haar te corrigeren.
‘Je vergeet je heupen.’
Door de kamer, de betonnen trap op naar boven en door de keuken. Langs het grote, lichte raam. Ze is bang dat mensen haar kunnen zien. Hij wil dat ze die angst loslaat. Zelfs al zouden mensen haar zien, het is niet van belang. Ze is wie ze is. Tot wie ze wil groeien en alles wat ze nog moet leren.

Zoë volgt de zweep en zijn woorden. Donkere gedachten verschijnen in haar hoofd. Ze is hier voor hem en voor Janaila. Alles wat zij zelf wil en nodig heeft van ondergeschikt belang. Opnieuw beginnen met haar winkel, verzekeringsgeld dat op zich laat wachten. Minggus heeft ideeën en deelt deze met haar. Hij bracht naar naar een ongebruikt fabriekspand. Het wacht op een huurder. Ze kan daar haar spullen opslaan en haar winkel online starten. Het is niet wat Zoë wenst, maar het is een begin. Ze heeft inkomsten nodig.
De plannen blijven liggen. Ze heeft geen tijd. Minggus ook niet. Hij verwacht dat ze bij hem is en als hij er niet is, bij Janaila. Zoë zorgt voor haar. Ze is de verplegende zuster.
Hij geeft haar een tik met de zweep als ze traag is en als ze te snel gaat. Hij noemt haar lomp. Onvrouwelijk en niet sierlijk. Bij het grote raam aarzelt ze. Als mensen kijken dan zullen ze haar zien. Naakt en kruipend. Ze zullen haar nakijken als ze haar tegenkomen. Zij, die vrouw. Ze heeft geen eigen wil.
Ze heeft wel een eigen wil! En ze weet wat ze wil. Ze denkt niet dat het nog hetzelfde is als wat Minggus wil. Ze weet wat hij doet. Wat hij en Janaila doen. De ervaringen die hij haar wil geven, noemt hij sessies. Het zijn momenten om te leren en om inzicht te krijgen in hoe hij het wil, hoe hij wil dat ze is. Hij wil dat ze de opvolgster van Janaila is. Zoë weet dat hij dat wil en Janaila wil het ook.
Niemand praat erover. Iedereen is er bang voor. Janaila, Minggus en Zoë nog het meest. Ze wil geen opvolger zijn. Ze wil de plek van Janaila niet innemen als zij er niet meer is. Minggus zal haar vergelijken. Hij doet het nu al. Alles wat Janaila is. Zoë is het niet. Ze beweegt in haar schaduw. Omdat Janaila de slavin is die Minggus wil. Zoë is slechts surrogaat.

Ze blijft hem volgen, op het ritme van zijn woorden.
‘Eén, twee, drie, vier. Gebruik je heupen. Links volgt na rechts, rechts na links. Eén twee, drie, vier …’
Ze wil kruipen zoals hij het wil zien. Omdat ze het wil leren en omdat ze het goed wil doen. Door de woonkamer, over het zachte kleed en het harde parket. Ze ziet zichzelf in de weerspiegeling van de grote tv.
‘Voor je kijken Zoë, je aandacht is bij mij. Alleen bij mij.’
Ze kruipt langs de gesloten kamerdeur van Janaila en door de werkkamer van Minggus. Het is een stupide rondje. Alsof ze een paradepaardje is. Haar knieën worden gevoelig en het kruipen gaat moeizamer. Minder mooi.
‘Opletten Zoë!’
Ze kruipt achter hem aan en kruipt tegelijk in zichzelf zodat ze het gevoel kan negeren. Ze kan zichzelf niet weg laten zweven. Dat kan alleen Minggus. Toch zweven haar gedachten weg. Sinds Janaila ziek is, twijfelt ze. Ze wilde leren van Minggus en worden wat Janaila is, maar ze weet niet zeker of Minggus het haar nog wel kan leren.

Show Buttons
Hide Buttons